donderdag 26 april 2012

Fruithapje

Af en toe steekt ze haar tong door het roze goedje. Dan weer bolt ze haar wangen en blaast ze er een ballonnetje van. Wanneer het knapt zuigt ze het restant weer in haar mond. Dit gaat eindeloos zo door, maar gefascineerd blijf ik er naar kijken.
Met een giechel en een knipoog kijkt ze naar mij, dan weer naar haar vriendinnetjes. Vertwijfeld kijk ik in mijn boterhamzakje met snoep. Mijn hoofd gloeit en mijn handen voelen klam wanneer ze weer naar me kijkt. Hierdoor kan ik niet kiezen tussen een perzik en een banaantje. Als ik besluit een perzik uit mijn zakje te graaien, lijkt de geur van aardbeienkauwgum steeds sterker te worden.



Katja en Melanie draaien om de beurt rondjes aan het duikelrek, ik word al duizelig als ik er naar kijk. Liever blaas ik de perfecte bellen met mijn aardbeienkauwgom. Op het bankje onder de grote eikenboom zit de nieuwe jongen naar me te kijken. Hij is een beetje stil en wat verlegen denk ik. Af en toe buigt hij zijn hoofd als ik zijn kant op kijk en grabbelt wat in zijn boterhamzakje. Zijn blonde krullen vallen dan naar voren zodat het net lijkt alsof hij gordijntjes voor zijn ogen heeft. Volgens mij zijn ze blauw, maar dat weet ik niet zeker. Ik loop naar hem toe om ze eens van dichtbij te bekijken en zie dat hij een perzik uit zijn zakje haalt. Hij kijkt me aan en zijn hand blijft halverwege het zakje en zijn mond hangen.

'Hoi ik heet Amber. Je zult het wel stom vinden om op een nieuwe school te zitten en niemand te kennen. Ik zou het verschrikkelijk vinden! Hou je niet van voetbal? De andere jongens uit de klas voetballen alleen maar in de pauzes. Als ze je een beetje beter kennen zullen ze jou ook wel vragen om mee te doen hoor. Wat is je lievelingsvak? Mijne is tekenen en taal. Woon je vlakbij school? Vind je perzikjes lekkerder dan banaantjes?' Ik steek mijn tong in de zachte kauwgom en blaas voorzichtig, de bel wordt steeds groter. Zijn inderdaad blauwe ogen kijken me verbaasd aan.


Ik schrik van het vragenvuur dat ze op me afschiet. Mijn hoofd maalt duizend-en-een zinnen. Toch beperk ik me tot: ‘Hoi, ik heet Danny.’ Er volgt een hevige hoestbui. Het lijkt wel alsof ze moet braken, met een luide kuch spuugt ze haar kauwgom uit. Ik strek mijn arm en klop onzeker op haar rug. Ze moet nu lachen en hoesten tegelijk, tranen rollen over haar wangen.

Mijn been wiebelt tegen haar vale jeans en ik kijk naar de kinderen die in de verte op het schoolplein spelen. Dan mogen de kinderen naar binnen, het geluid van de schoolbel weergalmt over het schoolplein. Ze staat op en rent naar haar vriendinnetjes, ze kijkt nog één keer achterom.


Ik kijk om en lach tegen hem en ineens zie ik dat hij van die leuke kuiltjes krijgt als hij terug lacht. Katja vindt kuiltjes maar stom, maar ja die speelt nog met barbiepoppen, wat weet zij daar nu van. Als de juf zegt dat we in duo's mogen gaan werken ga ik snel op de lege stoel naast hem zitten. Volgens mij vindt hij dat wel leuk want hij geeft me stiekem onder de tafel zijn laatste perzikje.


Ik zucht eens diep als die herinneringen plotsklaps door mijn hoofd schieten, het klappen van de kauwgom leek zo levensecht voor even.


Met een luidruchtige knal wordt alles weer helder om mij heen en zie ik dat ik een halve meter lager lig dan mijn bed. Ik lig bovenop Danny die met een zelfvoldane grijns een banaantje half in zijn mond steekt. Snel hap ik de andere helft er af en geef hem een zoen.‘Koffie?’

Weer een samenschrijven met mijn mattie Lynn